Geïsoleerde bouwsystemen

De traditionele bouwwijze met spouw is uit of beter gezegd bijna achterhaald. Door de steeds stijgende isolatie-eisen is deze conventionele bouwmethode moeilijk vol te houden. De traditionele spouwmuur was ooit 24 cm breed, d.w.z. 2 x 10 cm aan binnenmuur en buitenmuur, met daartussen 4 cm luchtspouw (is ook wel 2 cm geweest).

Historie
Begin jaren zeventig gingen we isoleren in de spouw met glas- en steenwol en later ook met EPS en PUR in allerlei variaties. De tegenwoordige EPC-eis van 0,4 vertaalt zich in een Rc-waarde voor bijvoorbeeld de gevel van 4,5. In een uitstekend isolatiemateriaal als EPS in de kwaliteit 150 SE moet je toe naar een dikte van 15 cm (Rc 4,41 + isolatiewaarde van stenen muren= > 4,5). Dit betekent dat een traditionele gevel met de genoemde 2 x 10 cm, vermeerderd met een luchtspouw van 2 cm + 15 cm EPS 150 SE dit een muurdikte oplevert van 37 cm. Met de EPC-eis van 0,0 per 1.1.2020 vertaalt zich dit in een isolatielaag met hetzelfde materiaal van 25 cm (Rc 7,35 + isolatiewaarde van stenen muren= > 7,5). Dat levert zelfs een muur van 47 cm op.

Wel een beetje dik, nietwaar? Zonde van de ruimte. Sommige traditionalisten beweren nog steeds dat je een spouwconstructie nodig hebt om vocht van buitenaf tegen te houden. Dat was wel de reden waarom de spouw in de bouw is geïntroduceerd. Toch kan men heel goed uit de voeten met de methodes die ik hieronder ga beschrijven.

Het kon en kan anders
In veel landen o.a. zoals bij onze oosterburen wordt een binnenwand van keramische snelbouwblokken gemetseld of gelijmd, waarop een isolatiepakket wordt aangebracht en vervolgens afgewerkt met stucmateriaal (Putz) of ter hoogte van ons land met keramische strips. Er kunnen natuurlijk ook andere bekledingsmaterialen worden toegepast, echter dat wordt verder besproken bij Geïsoleerde Gevelbekledingssystemen (GGS).

Dergelijke snelbouwblokken zijn ca. 14 cm dik (bij laagbouw), waarop eenzelfde dikte aan isolatie wordt toegepast, terwijl keramische strips 15 à 20 mm dik zijn en worden de muren respectievelijk 31 cm en 41 cm dik. Nog steeds tamelijk dik, maar het scheelt toch! Een isolatiepakket bestaat meestal uit EPS, dat vochtdicht is en toch dampopen. Dat is de reden waarom EPS uitermate geschikt is om als isolatiepakket te dienen, mits het dauwpunt in de isolatie zit.

In de plaats van snelbouwblokken kunnen eventueel ook kalkzandsteen lijmelementen toegepast worden, of gasbetonblokken. Gasbeton heeft als voordeel dat het van zichzelf al een hogere R(m)-waarde heeft. Om een voorbeeld te noemen: een dragend wand van 15 cm gasbeton heeft een R-waarde van 0,93 + 22,5 cm EPS 150 SE brengt dit op een totaal van Rc 7,55. De totale wanddikte wordt nu inclusief een afwerking van keramische strips ca 40 cm. Bij een Rc van 4,61 wordt zo’n wand slechts 30 cm dik. Voor kleinschalige en middelgrote bouw zijn toepassing van bovengenoemde materialen uitermate geschikt. Dit soort materialen houden de binnentemperatuur vast (warmte accumulerend vermogen) en zijn uitstekend voor het creëren van aangenaam binnenklimaat, zonder al te veel kunstgrepen.

In Nederland zijn al sinds de crisis van de jaren tachtig (vorige eeuw) prefab-systemen als Hout Skelet Bouw (HSB) geïntroduceerd, overgewaaid uit Canada en Scandinavië. Dit zijn over het algemeen uitstekend geïsoleerde systemen waar men voorlangs kan metselen, maar ook eventueel ‘putz’ of strips op kan aanbrengen. Er zit echter geen massa in woningen gebouwd met dit soort systemen, alleen hooguit in de (beton)vloeren, dus het binnenklimaat moet meer beïnvloed worden. Daarnaast zijn andere prefabsystemen ontwikkeld, meestal van beton voorzien van een isolatiepakket en ingestorte gevelstenen, e.d. Het grote voordeel van dit soort systemen is dat er grotere series tegelijk mee gebouwd kunnen worden in een beperkte tijd. Natuurlijk vereist dit wel een bepaalde voorbereidings- en productietijd in de betreffende fabrieken, voordat deze wanden op de bouwplaats worden gemonteerd tot woningen.

Recente ontwikkelingen
Meer recent zijn nog betere geïsoleerde bouwsystemen ontwikkeld, die je alleen aan weerszijden hoeft te bekleden met een ‘putz’, strips, natuursteen, of andere materialen. Deze geïsoleerde bouwsystemen van EPS 150 SE zijn ca 30 cm dik en hebben een R waarde van 7,5. Met een afwerking van aan weerskanten een mortelweefsellaag en aan de buitenzijde van baksteen strips zijn deze wanden niet dikker dan 33 á 34 cm, én bijzonder licht van gewicht. Het zullen met name deze systemen naast HSB en draagmuren (gestapeld of in prefab) met diverse isolatiesystemen zijn, die de traditionele spouwconstructies gaan vervangen. Het feit dat er tegenwoordig bijna geen metselaars meer worden opgeleid, helpt deze ontwikkeling ook een handje.

Onderzoek
Het gerenommeerde ingenieursbureau Nieman heeft allerlei onderzoek gedaan op het gebied van EPC eisen en de vertalingen hiervan in Rc waarden voor vloeren, wanden en daken uitgedrukt. Nieman stelt dat bij ambities richting EPC= 0 het gebruik van duurzame energie noodzakelijk is. Dit wordt expliciet zo gesteld, omdat de effecten van steeds dikker isoleren dan het niveau behaald bij een EPC van 0,4 zo minimaal zijn, dat het veel interessanter is om naar andere energiebesparende maatregelen te kijken. Denk hierbij aan compact en koudebrugvrij bouwen, kierdichting, het toepassen van moderne installaties en het zelf opwekken van duurzame energie. Er komt dus veel meer bij kijken dan alleen maar isoleren.

Pieter Magré / Specialist duurzaam bouwen en wonen
pm@ecostruct.nl